Het is nooit de situatie die ons lijden veroorzaakt, maar onze gedachten erover
zaterdag 30 november 2019


Gambia

Het is zomer 1992. Mijn vliegtuig landt op Yundum Airport, iets buiten Banjul, de hoofdstad van Gambia. Als ik uitstap valt de hitte als een klamme deken over me heen.

Mijn man heeft een kaal hoofd

Onderaan de trap word ik opgewacht door mijn man Muhammed. Hij is de week daarvoor al aangekomen omdat hij in alle rust wilde bijpraten met zijn ouders, die hij vijf jaar niet meer gezien heeft. Ik ben blij om hem te zien, maar ook verbaasd want hij heeft een kaal hoofd. Hij heeft zijn dreadlocks afgeknipt. ‘Ze zijn hier niet gewend aan dreadlocks’ vertelt hij me later. ‘Er liepen een paar mannen achter me en ze dachten dat ik een dief was, dus toen heb ik ze maar afgeschoren.’

Het voelt alsof ik in een Novib kalender terecht ben gekomen

Op weg naar het huis van zijn ouders rijden we over onverharde wegen van rode aarde en passeren we Gambiaanse mannen, vrouwen en kinderen in kleurige kleding. Mijn ouders hadden vroeger een Novib kalender aan de muur hangen, met foto’s uit ‘ontwikkelingslanden’. Het voelt alsof ik in die kalender terecht ben gekomen.

De baby begint in paniek te huilen als hij mijn witte gezicht en blauwe ogen ziet

Als we het erf van Muhammed’s ouders oplopen en ik kennis maak met de familie voel ik me welkom, maar ook heel erg anders dan de rest. En dat ben ik ook. Als ik op straat loop, stoppen kinderen met spelen en beginnen me na te roepen: ‘Toubab, Toubab (Toubab betekent letterlijk ‘witmens’ ). De baby van een tante met wie ik kennis maak, begint in paniek te huilen zodra hij mijn witte gezicht en blauwe ogen ziet.

Ik ontdek de relativiteit van mijn eigen waarden en oordelen

In de dagen en weken die volgen, besef ik dat ik er niet alleen totaal anders uitzie dan de rest, maar dat mijn manier van tegen de dingen aankijken ook heel anders is. En ontdek ik vooral de relativiteit van mijn eigen waarden en oordelen.

Ik zie ellende, maar ook de liefde en de moed

Zo vind ik het verschrikkelijk als de schattige schapen van het erf op een dag geslacht worden (het jaarlijkse slachtfeest valt in de eerste week van mijn verblijf). Maar ik besef tegelijkertijd wat een heerlijk leven deze beestjes gehad hebben voordat ze geslacht werden. Ik heb er moeite mee dat veel mannen meerdere vrouwen hebben. Maar ik zie tegelijkertijd hoe vriendschappelijk de twee vrouwen van mijn schoonvader met elkaar leven. En ik voel me opgelaten als familieleden en bekenden mij ongegeneerd om geld vragen. Maar ik zie ook hoe de mensen in dit land elkaar helpen, ook als ze bijna niets hebben. Ik zie de ellende, maar ook de liefde en de moed. 

Als ik terug in Nederland ben zie ik norse, bezorgde en geïrriteerde blikken

Als ik terug in Nederland in de taxi terug naar huis over het goed onderhouden asfalt glijd, als vervolgens thuis de verlichting het gewoon doet als ik op het knopje druk, als ik de kraan opendoe en er helder, fris water uitstroomt, besef ik hoe goed we hebben. En dat de mensen in Gambia geloven dat we hier ongeveer in de hemel wonen. Maar als ik vervolgens boodschappen ga doen en alle norse, bezorgde, geïrriteerde blikken observeer, realiseer ik me dat het hier helemaal geen hemel is, hoe goed we het hier ook hebben.

In het Westen lijden we vooral aan onze gedachten

In het Westen gaan onze zorgen al lang niet meer over het directe, rauwe overleven zoals in Gambia vaak nog wel het geval is. Toch laten onze gedachten ons hier voelen alsof onze overleving in gevaar is. Zoals Eckhart Tolle zegt: “The primary cause of unhappiness is never the situation but your thoughts about it.” In het Westen lijden we niet aan de situatie, maar aan onze gedachten…

Heeft deze blog je geraakt of aan het denken gezet? Wil je het hieronder met me delen?



 
 
 
 
Momentje...